Justicho aan LUCAS van den BERG

Title

Justicho aan LUCAS van den BERG

Subtitle

die zijn Bootsman, Schieman en Zeilenmaker, op het Oost-Indisch schip ATION op den 18 april heeft vermoord, waarvoor hij den 14 MEI 1712 te Amsterdam is geradbraakt

Synopsis

Captain murders sailors on board ship.

Image notice

Full size image/s available at the bottom of this page.

Digital Object

Image / Audio Credit

Pamphlet: Den Haag KB: Lbl KB Wouters 31080. Nederlandse Liederenbank

Set to tune of...

Het Nachtegaaltje kleine

Transcription

O wereld vol onlusten,
Wat baart gij droef gekwel.
Aan menig goed mans kind,
Die gij door snoode lusten,
Gaat voeren naar de hel,
Aan satans banden bindt,
Alwaar men wordt verslind,
Door knagende conscientie,
Daar ziel en ligchaam schreit,
In helsche penitentie,
Van God verstooten leidt.

Ik was verhuurd te varen,
Met het schip Ation,
En dat voor Bootsmansmaat,
Naar Indie op de baren.
Dat ik de reis begon,
Ons schip dat lag paraat,
In Texel dit verstaat,
Ik heb afseheid genomen,
Van kinders, moeder, vrouw,
En ben aan boord gekomen,
Daar raakte ik in rouw.

Ik wou mijn kooi ophangen,
In Bootsmans kamer niet,
Maar dat en ging niet wel,
De Bootsman met verlangen,
Wou dat gedoogen niet,
De Schieman ook zeer fel.
En Zeilenmaker snel,
Waren mijn weerpartijden,
En spraken even streng,
Wij zullen het niet lijden,
Dat gij uw kooi daar hangt.

Zij gingen mij verwijten,
Nu een begane font,
Al over lang geschied,
Ik zwelde toen van spijt,
Hoe dat het mij wel rouwt,
Ik was mij zelven niet.
De satan mij aanried,
Dat ik mijn leed zou wreken,
Al naar mijn lust en wil,
En hun het hart doorsteken,
Zeer heimelijk en stil.

Toen zij nu gingen slapen,
Een ieder in zijn mat,
Toen heb ik booze fielt,
Mijn tijd niet staan vergapen,
Maar he gezwind en ras,
Hun alle drie ontzield,
En in hun kooi vernield,
En met een mes doorstoken,
Dat zij smoorden in hun bloed,
En zoo Gods beeld gebroken,
Dat mij nu zuchten doet.

Ik weird terstond gegrepen.
Gebonden fel en stijf.
Met touwen vastgehecht,
Mijn hart dat was benepen,
Over het snood bedrijf,
Dat ik had uitgeregt;
De heeren van ‘t geregt,
Lieten mij aanstonds halen,
De Schout met dienaars kwam,
Bragten mij zonder falen,
Terstond naar Amsterdam.

De Magistraat geprezen,
Verhoorde mij aldaar,
En ik bekende voort,
Mijn vonnis werd gewezen,
Om voor mijn misdaad zwaar,
En mijn bedreven moord,
Te straff zoo ‘t behoort,
Mijn legchaam te radbraken,
En ‘t hoofd gekapt van ‘t lijft.

Adieu, mijn oude moeder!
Die nog in wezen zijt,
God troost u in ‘t verdriet,
Gij waart een goed opvoedster,
Al in mijn kindschen tijd,
En treurt om mij zoo niet,
De straf die mij geschiedt,
Die zal ik willig dragen,
‘t Is hier een korten tijd,
Bid toch bij nacht eu dagen,
Dat God mijn ziel verblijdt.

Adieu, mijn vrouw en kinderen,
Mijn uurglas is vervuld,
Ik schei van ‘s werelds plein,
God wil uw druk verminderen,
Toont u niet ongeduld,
En bidt te zaam voor mijn,
Wandelt voor Gods aanschijn,
Benedeu op der aarde,
Wacht u voor haat en nijd,
Zoo zal u God vol waarde,
Hoeden in eeuwigheid.

Adieu, goede bekenden,
En vrienden te glijk,
Ik ben ter dood gereed,
Ik ga tot God mij wenden,
Mijn misdaad doet mij leed,
Mijn ziel en ligchaam schreit,
Ik weet mijn nur en tijd.
Die is op ‘t end bevonden,
O Jezus! Godes Zoon!
Wasch mij in uwe wonden,
En maak mij rein en schoon.

Ik hoop op uw genade,
Schoon dat mijn zonden al,
Liggen zeer naakt en bloot,
Uw straffen op mij laden,
Mij toch niet scheiden zal,
Van uw genade groot.
U lust geen zondaars dood,
Maar dat zij zich bekeeren.
O Heer! bekeer Gij mij,
Opdat ik ter uwe eer,
Eens eenwig bij U zij.

 

Oh world full of discomforts,
What sad suffering do you bear.
To many good man’s child,
Who you, due to evil lusts,
Will transfer to hell,
Bind to Satan’s chains,
Before being devoured,
By a gnawing conscience,
There soul and body cry,
In hellish penitence,
Cast away from God.

I was hired to sail,
With the ship Ation,
And that as boatswain’s mate,
To India for the first tim,
That I started my travels,
Our ship lay ready,
In Texel that is,
I took my leave,
From children, mother, wife,
And coming aboard,
There I went into mourning.

I wanted to hang my hammock up,
Not in the boatswain’s room,
But that did not work out,
The skipper with desire,
Did not want to allow that,
The second boatswain was very fierce too.
And the sailmaker quick,
Were my opposition,
And spoke equally stern,
We will not suffer it,
That you hang your hammock there.

They began to reproach me,
Now a committed mistake,
Already long done,
I swelled then with sorrow,
How much I regretted it,
I was not myself.
The Satan called to me,
That I would avenge my suffering,
To my desire and will,
And penetrate their heart,
Very surreptitiously and quiet.

Then they went to sleep,
Each in his mat,
Then I, evil scoundrel,
Did not waste my time,
But have rapidly and astutely,
Murdered all three,
And destroyed them in their hammock,
And stabbed them with a knife,
So that they drowned in their blood,
And so God’s image broken,
Which makes me lament now.

I was instantly apprehended,
Bound fast and stiff,
Fastened with ropes,
My heart was fearful,
About the evil deed,
Which I had committed;
The gentlemen of the law,
Presently had me summoned,
The magistrate with gendarmes came,
Brought me without failing,
Soon to Amsterdam.

The magistrate praised,
Heard me there,
And I confessed then,
My sentence was allocated,
For my bad crime,
And my committed murder,
A befitting punishment,
My body to be broken on the wheel,
And to be decapitated.

Adieu, my old mother!
Who was still living,
God comfort you in your sorrow,
You were a good educator,
Even during my childhood,
And do not be sad for me,
The punishment which I receive,
I will bear willingly,
It is only for a short time,
Do pray by night and day,
That God will save my soul.

Adieu, my wife and children,
My hourglass is filled,
I separate from the world’s plain,
God will lower your pressure,
Do not show impatience,
And pray together for me,
Walk before God’s visage,
Below here on earth,
Beware for hatred and spite,
So God will keep you full of worth in eternity.

Adieu, good relations,
And friends alike,
I am prepared for death,
I will turn myself to God,
My crime pains me,
My soul and body cry,
I know my hour and time.
That has come to an end,
Oh Jesus! God’s Son!
Wash me in your wounds,
And make me pure and clean.

I hope for your mercy,
Since my sins are already,
Lying very naked and exposed,
Load your punishment onto me,
It will not separate me,
From your great mercy.
You do not desire a sinner’s death,
If they convert themselves,
O Lord! Convert me,
So that I, for your honour,
Be by your side forever.



Translation by Rena Bood
 

Method of Punishment

breaking on the wheel

Crime(s)

murder

Gender

Notes

Translation Notes:
1. Breaking of arms and legs (both upper and lower halves) whilst tied down.

Files

Justicho aan LUCAS van den BERG1.jpeg
Justicho aan LUCAS van den BERG2.jpeg

Tags

Citation

“Justicho aan LUCAS van den BERG,” Execution Ballads, accessed August 8, 2020, https://omeka.cloud.unimelb.edu.au/execution-ballads/items/show/1255.